Opbrengstgericht werken op school

Tips bij invoering Opbrengstgericht Maatwerk (OGM)

Cyclus  OGM
Algemeen

  • Kies de vakonderdelen waarvoor differentiatie het meest noodzakelijk en gewenst is. Op welke vakgebieden zijn de verschillen tussen leerlingen in één klas het grootst? Gebruik hiervoor, om de verschillen te analyseren, bijvoorbeeld het leerlingvolgsysteem en de overdrachtsgegevens uit het basisonderwijs.
  • Opbrengstgericht maatwerk bieden kan op veel manieren: Experimenteer totdat je ontdekt wat goed past bij je leerlingen, bij jezelf als docent en bij de school.
  • Start klein en zet kleine stappen. Bijvoorbeeld: kies één hoofdstuk of thema; gebruik eventueel een kleine instaptoets; overweeg om met twee routes te beginnen.
  • Durf te beginnen en accepteer dat er fouten gemaakt mogen worden om van te leren. Het hoeft en kan waarschijnlijk niet in één keer goed.
  • Bespreek de leerstofkeuzes en de lesorganisatie periodiek met de vakcollega’s. Stem waar nodig de aanpak onderling af en pas deze aan als dat nodig is op basis van de evaluatie.


Doelen stellen
  • Formuleer voor elke les nauwkeurige, uitdagende leerdoelen en maak deze expliciet voor de leerlingen. Dit leidt tot significante prestatieverbeteringen, zo blijkt uit verschillende wetenschappelijke onderzoeken.
  • Gebruik de uitwerkingen van Leerplan in beeld (voor alle vakken) www.leerplaninbeeld.slo.nl, de referentieniveaus bij Nederlands, wiskunde (www.taalenrekenen.nl), Engels (www.erk.nl) en/of de kennisbasis natuurwetenschappen en technologie voor biologie en natuurkunde.


Maatwerk bieden
  • Sla op basis van de doelen en meetgegevens leerstof of opdrachten over en voeg andere leerstof of opdrachten op maat toe.
    Zie voorbeelden voor de verschillende vakken op deze website.
    De indeling van cognitieve niveaus zoals in de taxonomie van Bloom kan hierbij behulpzaam zijn. Op sommige scholen biedt de indeling op basis van RTTI of OBIT houvast.
  • Differentieer in verwerking door opdrachten op verschillende niveaus voor verschillende subgroepen aan te bieden. Maak gebruik van de mogelijkheden die de methode hiervoor biedt.
  • Differentieer in instructie door de mogelijkheid van een verlengde instructie of voorinstructie aan te bieden. Zie de organisatiemodellen bij de verschillende vakken op deze website.
  • Varieer in werkvormen die differentiatie mogelijk maken zoals individuele begeleiding, mondeling, check-in-duo’s en denken-delen-uitwisselen.
Meten
  • Zorg bij elk vakonderdeel voor meerdere evaluatiemomenten per jaar zodat de ontwikkeling van een leerling of klas in beeld gebracht kan worden.
  • Gebruik, waar mogelijk overdrachtsgegevens of een instaptoets en methode-onafhankelijke toetsen.
  • Laat diagnostische toetsen ook door de leerlingen zelf analyseren, zodat ze ontdekken wat ze wel of nog niet beheersen.
  • Bespreek ook individueel met de leerlingen de resultaten en het onderwijsaanbod.
  • Analyseer en interpreteer in ieder geval twee keer per jaar de verschillen tussen leerlingen op basis van observaties, leerlinggesprekken en/of toetsresultaten, het liefst met collega's.
  • Maak in de vakgroep afspraken over het beoordelen van methodegebonden toetsen en taken. Denk aan de cesuur, het gewicht van opdrachten en de beoordelingscriteria bij productieve opdrachten. In dat geval kunnen cijfers door de jaren heen, bij verschillende docenten, beter met elkaar vergeleken worden.