Organisatiemodellen

 

Model 1: Start met gezamenlijke instructie, daarna verlengde instructie

In onderstaand model doen alle leerlingen aan het begin van de les mee met de instructie, en geeft de docent vervolgens verlengde instructie aan een kleine groep.

Gezamenlijke start van de les

Instructie en begeleide inoefening met de hele klas (klassikaal voordoen): •Terugblik: activeer de voorkennis

  • Terugblik: Blik terug op het vorige project of de vorige projectles.
  • Doel en lesopbouw: geef het lesdoel in maximaal drie korte zinnen, en beschrijf de lesopbouw
  • Instructie: behandel leerstof kort en krachtig, gebruik voorbeelden en kleine stappen
Verlengde instructie en begeleid oefenen in kleine groep leerlingen die daar behoefte aan hebben (zullen vooral leerlingen uit de intensiverende route zijn).
Zelfstandige verwerking, in groepjes of individueel (zullen vooral leerlingen uit de basis en verrijkende route zijn)
Zelfstandige verwerking, in groepjes of individueel, aan leerlingen die verlengde instructie hebben gehad. Feedbackronde door docent aan leerlingen die na de klassikale instructie zelfstandig hebben gewerkt.

 

Resultaat: Controleer of het project naar wens verloopt.

Feedback door docent aan leerlingen die verlengde instructie hebben gehad.

Resultaat: Controleer of het project naar wens verloopt.

Leerlingen die na de klassikale instructie zelfstandig hebben gewerkt en leerlingen die vanaf de start van de les zelfstandig werken, werken verder aan het project.
Gezamenlijke afsluiting

 

Model 2: Direct zelfstandig aan de slag

In onderstaand model gaat een aantal leerlingen direct zelfstandig aan het werk, deze leerlingen doen niet mee met de instructie. Ze hebben eventueel voorinstructie gehad via het principe 'flipping the classroom', waarbij de docent de instructie als video heeft opgenomen en beschikbaar stelt via de elektronische leeromgeving of YouTube.

Het grootste deel van de groep volgt de instructie van de docent en gaat dan aan de slag met de zelfstandige verwerking. De leerkracht geeft verlengde instructie aan een kleine groep.

Gezamenlijke start van de les

Instructie en begeleide inoefening aan de meeste  leerlingen (klassikaal voordoen):

  • Terugblik: Blik terug op het vorige project of de vorige projectles.
  • Doel en lesopbouw: Geef het projectdoel in maximaal drie korte zinnen, en beschrijf de lesopbouw.
  • Instructie: Behandel, indien nodig, leerstof kort en krachtig en gebruik voorbeelden en kleine stappen.
Zelfstandige verwerking, in groepjes of individueel, door leerlingen die geen klassikale instructie nodig hebben (vaak leerlingen uit de verrijkende route).
Leerlingen hebben eventueel voorinstructie gehad middels 'flipping the classroom'.
Verlengde instructie aan, en begeleid oefenen met leerlingen dit dat na de klassikale instructie nog nodig hebben.Zelfstandige verwerking, in groepjes of individueel, door leerlingen die na de klassikale instructie verder kunnen.
Zelfstandige verwerking, in groepjes of individueel, door leerlingen die verlengde instructie hebben gehad.Feedbackronde door de docent aan leerlingen die:
  • vanaf de start van de les zelfstandig werken
  • na de klassikale instructie zelfstandig zijn gaan werken

Resultaat: Controleer of het project naar wens verloopt.

Feedback door docent aan leerlingen die verlengde instructie hebben gehad.

Resultaat: Controleer of het project naar wens verloopt.

Leerlingen die na de klassikale instructie zelfstandig hebben gewerkt en leerlingen die vanaf de start van de les zelfstandig werken, werken verder aan het project.

Gezamenlijke afsluiting

  

Model 3: Gezamenlijke instructie, daarna zelfstandig aan de slag

Onderstaand model verschilt qua opzet met de modellen 1 en 2. In dit model is geen sprake van het opsplitsen van leerlingen, vandaar dat er ook maar één kolom is. In dit model daarentegen, worden suggesties voor werkvormen gedaan om de verschillen tussen leerlingen in een les te organiseren en werkbaar te houden.

Gezamenlijke start van de les

Instructie en begeleide inoefening met de hele klas (klassikaal voordoen):

  • Terugblik: Blik terug op het vorige project of de vorige projectles.
  • Doel en lesopbouw: Geef het projectdoel in maximaal drie korte zinnen, en beschrijf de lesopbouw.
  • Instructie: Behandel, indien nodig, leerstof kort en krachtig en gebruik voorbeelden en kleine stappen.
Zelfstandige verwerking
Drie bekende activerende werkvormen helpen om de verschillen tussen leerlingen in een les effectief en organiseerbaar te maken (samen doen):
  • Denken-delen-uitwisselen: laat leerlingen in tweetallen het antwoord op een vraag bedenken (10 seconden) en vraag een willekeurige leerling het antwoord
  • Check-in-duo’s: laat leerlingen in tweetallen de antwoorden controleren, en behandel alleen de vragen waarover de meeste tweetallen het niet eens kunnen worden
  • Expertwerkvorm: maak leerlingen expert in een deel van een (grotere) opdracht, elke leerling helpt vervolgens als expert andere leerlingen, maar krijgt zelf ook uitleg van andere experts.

Maak gebruik van de verschillen tussen leerlingen door tafelgroepen. Dat kan op twee manieren:

  • homogene groepen, dus drie- of viertallen op hetzelfde niveau (peer learning)
  • heterogene groepen, dus drie- of viertallen op verschillend niveau (peer tutoring)

Bij groepswerk hebben docenten vaak het gevoel tijd en handen tekort te komen. Dat kan verholpen worden door uitgestelde aandacht, een stoplichtsysteem (rood = geen vragen aan docent en individueel werken, oranje= geen vragen aan docent, wel overleggen met leerling, groen = vragen stellen aan docent) of tafelblokjes (? = vraag, rood = ik wil stilte, groen = ik wil overleggen).

Een andere manier - die differentiatie stimuleert - is het aanwijzen van sterkere leerlingen als lesassistent. Leerlingen begrijpen elkaar soms beter dan dat zij een docent begrijpen.

Feedbackronde door de docent

Resultaat: Controleer of het project naar wens verloopt.

Gezamenlijke afsluiting