Drie routes
Hieronder staan criteria beschreven voor de leerdoelen en leerinhouden per route. Deze criteria kunnen uiteraard aangevuld worden met criteria van docenten.

 

 

Intensiverende routeBasisrouteVerrijkende route
1. Om welke leerlingen gaat het?Leerlingen die veel van de minimumleerdoelen (nog) niet bereikt hebben.
Leerlingen die veel maar nog niet alle minimumleerdoelen gehaald hebben.Leerlingen die de minimumleerdoelen ruim gehaald hebben
2. Om welke leerdoelen gaat het?Basisdoelen vergelijkbaar met de basisroute.
Deze leerlingen komen op hetzelfde niveau uit als de leerlingen van de basisroute, via een passend programma.
Basisdoelen
(vergelijkbaar met van leerplan in beeld)
Basisdoelen en extra doelen.
De extra doelen kunnen door de docent of door de leerling worden geformuleerd.
De docent begeleidt de leerling daarbij; hij stelt hoge maar haalbare en realistische eisen.
3. Welk aanbod krijgen de leerlingen?De basisstof met intensieve ondersteuning, in de vorm van extra instructie of aangepaste opdrachten.
U kunt ook de minimumdoelen aanpassen naar een lager niveau of overslaan. Of overslaan mogelijk is, is afhankelijk van de doorgaande leerlijn.

Voorkom in ieder geval dat het aanbod meer van hetzelfde is, waardoor leerlingen extra stof krijgen op dezelfde manier waar zij juist moeite mee hebben Wenselijker is het om inhouden op een andere manier aan te bieden, om op die manier de doelen te behalen.

De leerinhouden die ze nog onvoldoende beheersen. Dat kunnen herhalingsopdrachten zijn om te automatiseren maar het kan ook uit aanvullende uitleg bestaan.
Verdiepende of verbredende leerinhouden maar ook is het mogelijk dat leerlingen zelf leerdoelen formuleren.
De eindtermen uit examenprogramma's natuurkunde vmbo-havo-vwo kunnen bijvoorbeeld richting geven aan deze aanvullende doelen, maar er kunnen ook doelen benoemd worden die een brede biologische vorming voor ogen hebben, die niet terugkomen in het examen.

Voorkom dat het aanbod meer van hetzelfde is, waardoor leerlingen extra stof krijgen op dezelfde manier waar zij al zo goed in zijn. Wenselijker is het om inhouden op een andere manier aan te bieden, waardoor het aantrekkelijker wordt voor leerlingen.

4. Welke leerinhouden en leeractiviteiten kunnen gekozen worden?Opdrachten voor leerlingen in de intensiverende route passen bij de doelen maar laten meer ruimte om extra te oefenen, te kiezen voor reproductietaken en opdrachten in kleinere stappen.
Maar kies ook zeker voor productie-opdrachten.
Zoek binnen en buiten de methode.
De leerling maakt de oefeningen uit de methode die horen bij de basisroute, minus dubbelingen in oefeningen over dezelfde doelen. Laat bij dubbelingen eventueel de leerling zelf kiezen welke oefening hij maakt (motivatie).
Voorkom dat meer van hetzelfde wordt aangeboden!
Opdrachten voor leerlingen in de basisroute passen bij de doelen. De opdrachten zijn zowel reproductie als productiegericht en komen met name uit de methode.
Verder ook zeker aandacht voor toepassen in nieuwe, pittige contexten binnen de methode (verbreden en verdiepen) en buiten de methode.
De leerling maakt de oefeningen uit de methode die horen bij de basisroute. Bij dubbelingen in oefeningen over dezelfde doelen, heeft de leerling de keus om deze dubbelingen te maken, verdiepende of verbredende oefeningen uit de methode te maken, of oefeningen in nieuwe, pittigere contexten (toepassingsgerichte opdrachten) vanuit de verrijkende route (motivatie).
Opdrachten voor leerlingen in de verrijkende passen bij de extra doelen. De opdrachten kunnen nog deels reproductie zijn, maar de grootste aandacht is voor produceren in contexten binnen en buiten de methode en toepassen in nieuwe, pittige contexten binnen de methode (verbreden en verdiepen) en buiten de methode (hier ligt de nadruk)
De leerling maakt de oefeningen uit de methode die horen bij de basisroute, minus dubbelingen in oefeningen over dezelfde doelen. In plaats van dubbelingen gaat de leerling aan de slag met verdiepende of verbredende oefeningen uit de methode, of hij werkt aan oefeningen in nieuwe, pittigere contexten buiten de methode.
5. Welke type opdrachten zijn geschikt? Nadruk ligt in eerste instantie op reproductieopdrachten en eenvoudige toepassingsopdrachten.Reproductieopdrachten en productieopdrachten, zowel in eenvoudige contexten als nieuwe, pittiger contexten.Reproductieopdrachten, productieopdrachten in eenvoudige en pittiger contexten, en vrije productie-opdrachten buiten de methode.
6. Wat is de rol van de docent?Intensieve ondersteuning, in de vorm van extra instructie en/of concreet materiaalgebruik om leerstof uit te leggen.Ondersteuning bij het maken van opdrachten. Soms zullen leerlingen aanschuiven bij de instructie aan leerlingen uit de intensiverende route. Soms zullen leerlingen eerst zelfstandig aan de slag moeten en krijgen pas instructie nadat de docent leerlingen uit de intensiverende route heeft geholpen.
Om te voorkomen dat leerlingen vastlopen, kunnen leerlingen ook elkaar helpen.
De leerling krijgt vaker dan leerlingen uit de intensiverende en basisroute te maken met uitgestelde aandacht. De leerling werkt veel zelfstandig en daarvoor is het noodzakelijk dat de leerling helder heeft wat zijn opdracht is en waar deze opdracht aan moet voldoen. De docent stelt daarom heldere, hoge maar haalbare eisen die bekend zijn bij de leerling.
7. Welke vorm van toetsing?Voor de toetsing zijn de basisdoelen het uitgangspunt. Voor de toetsing zijn de basisdoelen het uitgangspunt.Voor de toetsing zijn de basisdoelen en de extra doelen de uitgangspunten.
8. Welke tijd kunnen leerlingen besteden? Leerlingen hebben meer tijd nodig of andere begeleiding nodig om de basisdoelen te behalen. Leerlingen hebben de voorgestelde tijd voor de opdrachten ongeveer nodig.Leerlingen kunnen een deel van de tijd besteden aan de extra doelen (naast de basisdoelen).
9. Waar ligt de nadruk in de terminologie van Bloom?kennisreproductie, inzicht, toepassing, analyse, creatie/synthese, evaluatie kennisreproductie, inzicht, toepassing, analyse, creatie/synthese, evaluatiekennisreproductie, inzicht, toepassing, analyse, creatie/synthese, evaluatie