Doelen stellen

Waarom doelen stellen?
Doelen stellen is noodzakelijk omdat daarmee duidelijk wordt waar leerlingen naar toe werken. Zo kunt u bewustere keuzes maken in leerinhouden (leerstof) en bijvoorbeeld in wanneer u wel of niet de lesmethode volgt. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen doelen in termen van onderwijsaanbod (welke leerstof moet leerlingen worden aangeboden) en doelen in termen van beheersing door leerlingen (wat moeten leerlingen aan het einde kennen en kunnen). Daarnaast is er een onderscheid tussen:

  • Lesdoelen (uit de methode) van een hoofdstuk, les of enkele lessen;
  • Lange termijndoelen (kerndoelen, tussendoelen en referentieniveaus).

Belangrijk is dat de verschillende lessen die in de loop van de onderbouw worden gegeven, bijdragen aan de lange termijn doelen. Zorg ervoor dat leerlingen op de hoogte zijn van de lesdoelen zodat zij aan de start van een nieuw leerstofonderdeel weten waar zij aan werken.

Hoe stel ik doelen vast?
Lesdoelen kunt u vaststellen aan de hand van de methode. Sommige methoden beschrijven lesdoelen of bieden via inhoudsbeschrijvingen input voor het formuleren ervan. Voor enkele voorbeelddoelen uit methodes of suggesties bij het formuleren van lesdoelen, kunt u instrument 1 t/m 4 uit onderstaande tabel raadplegen.
U kunt de lesdoelen vergelijken met de kerndoelen, tussendoelen of referentieniveaus taal. Door deze overkoepelende doelen ontstaat een beeld van waar de leerling naar toewerkt. In de laatste drie instrumenten vindt u de kerndoelen, tussendoelen en referentieniveaus.

1. Formuleren leerdoelenHandreiking voor formuleren van leerdoelen.
2. Doelen: van algemeen naar concreetIn ‘Werken aan vaktaal bij de talen’ staan voorbeelden hoe doelen op drie niveaus geformuleerd kunnen zijn: algemeen vakdoel, subdoel van het vak en lesdoel.
3. Begin aan het eindLeermiddelen voorzien meestal aan het eind van een hoofdstuk in samenvattingen van de belangrijkste leerstof. Begin eens bij het eind om de doelen van de lessen direct scherp te krijgen. De methode Talent laat in dit voorbeeld op pagina zien aan welke leerstof gewerkt wordt in hoofdstuk 3.
4. Kijkwijzers voor taalDe kijkwijzers voor taal kunnen worden ingezet bij het inschalen van opdrachten, het beoordelen van leerlingprestaties ten opzichte van de referentieniveaus taal, maar ook bij het formuleren van leerdoelen.
5. KerndoelenKerndoelen beschrijven in termen van onderwijsaanbod wat de leerling in de onderbouw aangeboden moet krijgen (wettelijk verplicht). De link verwijst naar de kerndoelen.
6. TussendoelenTussendoelen beschrijven welke kennis en vaardigheden een leerling nodig heeft om goed voorbereid te zijn op de bovenbouw, of om een vak juist af te sluiten in de onderbouw. De link verwijst naar de tussendoelen.
7. Referentieniveaus taalIn het referentiekader taal is voor het vak Nederlands vastgelegd wat leerlingen van basisonderwijs tot hoger onderwijs moeten kennen en kunnen. Het referentiekader kent vier niveaus: niveau 1F, 2F, 3F en 4F.

U kunt het tabblad Doelen stellen uit de Exceltool gebruiken om de doelen vast te leggen.