Meten

Waarom meten?
Om leerlingen aan passende leerdoelen te laten werken, moet de docent een goed beeld hebben van (het niveau van) de leerling. Dit kan door continu informatie te verzamelen over de leerling en zijn leerresultaten. De docent weet zo waar de leerling staat ten opzichte van het gewenste niveau, waardoor hij het onderwijsaanbod zo goed mogelijk kan afstemmen op het niveau en de behoeften van de leerling.

Wanneer meten
De continue informatieverzameling kan op verschillende momenten (meetmomenten) plaatsvinden:

  • aan de start van de les(sen), periode of leerjaar;
  • tijdens de les(sen);
  • na afloop van de les(sen), periode of leerjaar.

Gebruik de informatie zoveel mogelijk als input voor het vervolgaanbod waar de leerling aan gaat werken. Zo wordt beoordeling onderdeel uit van een cyclisch proces van opbrengstgericht werken.

Wat meten
Bij het verzamelen van de informatie zal niet alleen gekeken moeten worden naar de cognitieve ontwikkeling, maar ook naar de belangstelling, leerstijl en sociaal-emotionele ontwikkeling, waaronder de motivatie. Belangrijk is ook dat de docent feedback geeft aan de leerling: wat doet de leerling goed; wat moet hij nog verbeteren gezien de doelen en hoe kan hij dat doen; welke strategieën moet of kan de leerling gebruiken. Door feedback op deze manier in het licht te stellen van de leerdoelen die bekend zijn bij de leerling, kan feedback tot sterke prestatieverbeteringen leiden en tot meer gemotiveerde leerlingen.

Hoe meten?
Diagnosticeren/schriftelijke overhoring
Het is niet ongebruikelijk om voortgangsmetingen van leerlingen tot uitdrukking te brengen in scoregetallen. Een dergelijk getal drukt uit hoe goed een leerling een verzameling leerdoelen beheerst en op basis daarvan kan hij in één van de drie leerroutes ingedeeld worden. Nadeel van deze systematiek is dat detailinformatie over beheersing van afzonderlijke lesdoelen onzichtbaar is. Als de leerlingresultaten per lesdoel bekend zouden zijn, kunnen leerlingen als volgt worden ingedeeld.

ToetsresultaatDiagnoseRoute-indeling
De leerling maakt geen enkele opgave bij een lesdoel correctDe leerling begrijpt het wiskundig concept en/of de -procedures nietIntensiverende route of hulproute
De leerling maakt opgaven onder basisniveau correct, maar die van basisniveau en hoger nietDe leerling begrijpt het wiskundig concept en de procedures wel, maar kan opgaven van de beoogde complexiteit nog niet makenBasisroute
De leerling maakt opgaven op basisniveau correctDe leerling begrijpt het wiskundig concept en de procedures wel en kan opgaven van de beoogde complexiteit makenVerrijkende route of plusroute

Eindtoets
Een eindtoets van een lessenserie heeft tot doel vast te stellen in hoeverre leerlingen de lesdoelen van de serie hebben bereikt en bestaat veelal uit een aantal standaard- , combinatie- en toepassingsopgaven over de leerinhouden. Het verdient aanbeveling om bij alle wiskundeleerinhouden uit de lessenserie opgaven uit de intensiverende route, uit de basisroute en uit de verrijkende route in de eindtoets op te nemen. Een mogelijke samenstelling van deze eindtoets staat in onderstaande figuur.

undefined

Leerlingen die voornamelijk de verrijkende route hebben gevolgd, zouden van een eindtoets die zo is samengesteld, alle opgaven moeten kunnen maken. Voor leerlingen die voornamelijk de basisroute gevolgd hebben, zou ongeveer vijf zesde deel van de eindtoets haalbaar moeten zijn. Leerlingen die voornamelijk de intensiverende route gevolgd hebben, zouden ongeveer de helft van de opgaven moeten kunnen maken. Zij geven er blijk van de leerinhouden uit de lesdoelen te kennen en in eenvoudige gevallen te kunnen toepassen, maar hebben niet het beoogde beheersingsniveau behaald.

Worden de toetsresultaten van de leerlingen lineair becijferd, dan leidt deze toetssamenstelling er toe dat leerlingen uit de verrijkende route maximaal een 10, leerlingen uit de basisroute maximaal een 8,5 en leerlingen uit de intensiverende route ten hoogste een 5,5 kunnen halen. Er valt echter veel voor te zeggen leerlingen uit de basisroute de gelegenheid te bieden een 10 te halen, want zij hebben de lesdoelen uit de lessenserie behaald en verdienen daarvoor volle waardering. In dat geval zou het becijferingsmodel anders van aard zijn.

Bewustwording en feedback
Maatwerk verliest aan kracht als de leerling zich niet bewust is van een aantal zaken die belangrijk zijn voor het vak en als niet met regelmaat aan hem/haar feedback wordt gegeven.
Geef op basis van al de gegevens die u verzamelt feedback aan de leerling, zodat hij weet wat goed gaat, wat (nog) niet en hoe hij aan verbeteringen kan werken. Houd daarbij rekening met het niveau waarop de feedback wordt gegeven. Feedback moet de kloof vullen tussen wat de leerling begrijpt en wat hij zou moeten begrijpen. Een effectieve manier van feedback geven is het stellen van vragen. Door vragen te stellen organiseert de leerling zijn kennis en weet de docent preciezer op welk denk- en kennisniveau hij moet aansluiten. Deze techniek blijkt effectiever dan het geven van extra uitleg.